Janine

© M.P. van Veen oktober 2015

Ik ben Janine, 43 jaar, getrouwd en moeder van 3 kinderen.
In 1997 rondde ik mijn opleiding tot verpleegkundige af. Tijdens mijn werkzaamheden op de verpleegafdelingen kreeg ik veel voldoening uit het
begeleiden van patiënten die gingen overlijden of het verzorgen van een overleden patiënt. Ook besteedde ik veel aandacht aan de familie en luisterde naar hun wensen.

 

De laatste tien jaar ben ik werkzaam geweest binnen het Hartcentrum van het Academisch Medisch Centrum (AMC) als verpleegkundig consulent Hartrevalidatie. Een baan waar ik met veel plezier in werkte. Gaandeweg ontdekte ik dat bij een aantal patiënten die deelnamen aan de hartrevalidatie ‘oud’ verdriet naar voren kwam door de confrontatie met hartziekten. Verdriet waar binnen de richtlijn Hartrevalidatie niet veel ruimte voor was, die richtlijn was vooral gericht op herstel. Toch zag ik dat verdriet, bij de één vanwege ‘oud’ verdriet en bij een ander door een verlies van een deel van zichzelf. Ik ging op zoek. Er moest een manier zijn om patiënten met hartziekten beter te kunnen begeleiden als het ging om ‘oud’ verdriet wat actueel werd of bij verlies van gezondheid. Het antwoord vond ik in een tweejarige postHBO-opleiding Rouw- en verliesbegeleider aan het Landelijk Steunpunt Verlies in Amersfoort. 

 

Een van de studieopdrachten was het ontwikkelen van een tool. Het overlijden van mijn zoon Jonas was mijn inspiratie en ook motivatie om samen met studiegenoot Judith Derks aan de slag te gaan. We gingen een tool ontwikkelen voor ouders die te maken hebben gehad met perinatale sterfte, dat is wanneer een baby overlijd na een zwangerschapsduur van 22 weken, tijdens de bevalling of binnen 4 weken na de geboorte. We hebben een handboek voor ouders na perinatale sterfte ontwikkelt. Het handboek wordt nog gepubliceerd. Na deze succesvolle samenwerking besloten we om ook de afstudeeropdracht samen aan te pakken. We onderzochten hoeveel rouw ouders 3 tot 4 jaar na perinatale sterfte hebben ervaren, welke behoefte ouders hadden aan psychosociale begeleiding en welke interventies zij als helpend hebben ervaren. Met de resultaten willen we de zorgverlening in het ziekenhuis verbeteren, maar we zullen deze ook toevoegen aan het handboek.

Hoewel ik breed ben opgeleid in alle vormen van rouw,  vind ik dat mijn expertise ligt in begeleiding bij verlies van gezondheid en bij verlies van een dierbare (met in het bijzonder; het overlijden van een baby tijdens de zwangerschap of net na de geboorte).